Treinen

Werkstukken en spreekbeurten

Vind jij het leuk om met de trein te gaan? Dagelijks reizen er duizenden mensen met de trein.

Openbaar vervoer

De trein is openbaar vervoer: iedereen mag mee, als je betaalt voor de reis. Vroeger kocht je een papieren treinkaartje om mee te mogen met de trein. Tegenwoordig gebruiken reizigers hiervoor de ov-chipkaart. De trein rijdt over een rails (spreek uit: reels). Hij rijdt op vaste tijden van de ene naar de andere plaats. Hij stopt dan op het station langs het perron. Daar kun je in- en uitstappen. Mensen die uitstappen hebben voorrang.

Soorten treinen

Vroeger waren er stoomtreinen. De trein had een grote stoomlocomotief die andere wagens trok. Later kwamen er dieseltreinen en elektrische treinen. Er zijn ook treinen die rijden op magneten. Dat zijn zweeftreinen: ze zweven een paar millimeter boven de grond. Ze worden dus niet geremd door wrijving van de grond. Daardoor kunnen ze heel snel gaan. 's Nachts rijden er vaak goederentreinen. Die vervoeren allerlei vracht. Overdag en 's avonds rijden de personentreinen.