Bruggen

Werkstukken en spreekbeurten

Heb jij last van hoogtevrees? Dan vindt je het misschien wel eng om over een brug te gaan. Wist je dat er heel veel verschillende soorten bruggen zijn?

Brug

Meestal kom je met een brug aan de overkant van het water. Aan de overkant van een sloot of een rivier. Soms gaat een brug over een dal, een weg of over een spoorweg. Veel bruggen liggen vast. Maar andere bruggen kunnen open. Vooral op plekken waar boten anders niet door zouden kunnen varen. Ze zijn te groot om onder de brug door te kunnen varen.

De brugwachter bedient de brug. De meeste bruggen hebben een motor, zodat ze niet met de hand bediend hoeven te worden. Als de brug opent, gaan de lichten branden en de slagbomen dicht.

In Nederland zijn er ook heel bijzondere bruggen: ecoducten. Die zijn niet voor mensen, maar voor dieren en insecten. Zo kunnen ook zij zonder gevaar drukke wegen oversteken.

Soorten bruggen

Je kunt de bruggen op verschillende manieren indelen.

Hoe gaat de brug open:

  • Ophaalbrug: de brug klapt open, het wegdek gaat omhoog, aan de andere kant hangt een groot gewicht om de weg omhoog te tillen.
  • Draaibrug: de brug draait open (en gaat niet omhoog).
  • Hefbrug: het wegdek gaat in zijn geheel omhoog.

Hoe is de brug gebouwd:

  • Boogbrug: de brug heeft een boog onder of boven de brug om het gewicht op te vangen.
  • Tuibrug: het wegdek hangt met dikke kabels (tuien) aan een aantal torens.
  • Hangbrug: draagkabels hangen tussen twee torens en beide oevers, het wegdek hangt met hangkabels aan deze draagkabels.

Dit zijn een paar voorbeelden van hoe bruggen gebouwd worden.