Bruggen

Werkstukken en spreekbeurten

Heb jij last van hoogtevrees? Dan vind je het misschien wel eng om over een brug te gaan. Wist je dat er heel veel verschillende soorten bruggen zijn?

Brug

Meestal kom je met een brug aan de overkant van het water: aan de overkant van een sloot of een rivier. Soms gaat een brug over een dal, een weg of over een spoorweg. Veel bruggen liggen vast. Maar andere bruggen kunnen open. Vooral op plekken waar boten anders niet door zouden kunnen varen. Ze zijn te groot om onder de brug door te kunnen varen.

Brugwachter

Een brugwachter bedient de brug. Vroeger zat hij in een brugwachtershuisje bij de brug. Nu houdt hij vaak met camera's op afstand verschillende bruggen tegelijk in de gaten. De meeste bruggen hebben een motor, zodat ze niet met de hand bediend hoeven te worden.
Als de brug opent, gaan de lichten branden en de slagbomen dicht.

Soorten bruggen

Je kunt de bruggen op verschillende manieren indelen. Als je let op de manier waarop de brug open gaat, zijn er drie soorten bruggen: de ophaalbrug, de draaibrug en de hefbrug. Je kunt ook kijken naar de constructie van de brug: hoe is de brug gebouwd? Ook dan zie je drie verschillende soorten: de boogbrug, de tuibrug en de hangbrug.

In Nederland zijn er ook heel bijzondere bruggen: ecoducten. Die zijn niet voor mensen, maar voor dieren en insecten. Zo kunnen ook zij zonder gevaar drukke wegen oversteken.