Tennis

Werkstukken en spreekbeurten

Tennis is een balsport. Je speelt het met z’n tweeën tegen elkaar. Maar wist je dat je ook met z'n vieren kunt spelen?

Tennis kun je één tegen één spelen, dan heet het enkelspel. Het kan ook twee tegen twee, dat heet dubbelspel.

Het spel

Met een racket sla je een tennisbal over het net in het speelveld van de tegenstander. Als de tegenstander de bal niet meer terug kan slaan, heb je een punt. Maar de bal moet dan wel minimaal één keer gestuiterd hebben binnen de lijnen van de tegenstander. Zolang de bal overgespeeld wordt, krijgt nog niemand een punt. Dit overspelen heet een rally (je zegt ‘rellie’).

Slagen

Tennis speel je met een racket. Als je rechts bent dan houd je het racket in je rechterhand en als je links bent in je linkerhand. Bij tennis kun je op verschillende manieren de bal slaan: De bekendste zijn serveren (je gooit de bal omhoog met je ene hand en met de andere hand sla je met het racket de bal weg) en de smash (een bal die hoog gespeeld wordt, kun je naar beneden terug slaan, zonder dat de bal eerst in jouw speelveld de grond raakt).

Kleding

In de vorige eeuw, de periode dat je ouders werden geboren, was het verplicht om in witte kleding te tennissen. Tegenwoordig zie je op het tennisveld truitjes en T-shirts in veel verschillende kleuren. Dit komt ook door de fabrikanten van kleding: zij betalen veel geld om hun naam op bijvoorbeeld het T-shirt van een beroemde speler te laten printen. Dit mag overal, behalve bij de belangrijke tenniswedstrijd Wimbledon. Daar is wit nog steeds verplicht.