Muziekinstrumenten

Werkstukken en spreekbeurten

Bespeel jij een muziekinstrument? Of zou jij het graag willen leren? Er zijn ontzettend veel soorten muziekinstrumenten. Het is dan ook niet gemakkelijk om te kiezen.

Snaarinstrumenten

Muziekinstrumenten kun je verdelen in groepen. Snaarinstrumenten zijn alle instrumenten die snaren hebben. Bekende voorbeelden hiervan zijn: gitaar, viool, cello en harp. De snaren zijn gemaakt van kunststof of metaal. Een gitaar heeft zes snaren. Een viool en een cello hebben er maar vier. Een gitaar bespeel je door te tokkelen met je vingers of met een plectrum (plat stukje plastic dat je tussen je duim en wijsvinger houdt om de snaren mee aan te slaan). Om op een viool of een cello te kunnen spelen, heb je een strijkstok nodig waarmee je over de snaren strijkt.

Blaasinstrumenten

Een andere groep is die van de blaasinstrumenten. Fluit, trompet en klarinet zijn maar een paar voorbeelden uit deze grote groep. Sommige blaasinstrumenten zijn van hout gemaakt, zoals de hobo en de klarinet. Andere blaasinstrumenten zijn van koper, zoals de trompet, de hoorn en de trombone.

Slaginstrumenten

Dan is er nog de groep van de slaginstrumenten. Speel je drums, trommel of pauken, dan bespeel je een slaginstrument.

Toetsinstrumenten

Tot slot zijn er de toetsinstrumenten. Hierbij horen alle instrumenten met toetsen. Piano, keyboard en orgel zijn de allerbekendste.

Muziekinstrumenten in een popband en een orkest

In een band die popmuziek speelt, zie je meestal één of twee gitaren, een drumstel en soms een keyboard. Maar ook op een viool kun je popmuziek spelen. In een klassiek orkest zie je heel veel snaarinstrumenten en blaasinstrumenten. Achteraan in het orkest vind je de grote slaginstrumenten, zoals de pauken en de grote trommel.