Indianen

Werkstukken en spreekbeurten

Weet je dat indianen per ongeluk indianen heten? Hoe dat precies zit, vind je hier!

Foutje van Columbus

De ontdekkingsreiziger Columbus ging in 1492 met een schip op zoek naar Indië. Na een lange reis kwam hij bij een land. Hij dacht dat het Indië was. De mensen die hij daar ontmoette, noemde hij daarom indianen. Maar Columbus had zich vergist. Hij was niet in Indië aangekomen, maar in Amerika! Toch noemen we de oorspronkelijke bewoners van Amerika nog altijd indianen. In Noord-, Midden- en Zuid-Amerika wonen al eeuwenlang indianen. Ze woonden er al ver voordat de Europeanen hun land ontdekten.

Verschillende stammen

Er zijn verschillende groepen indianen. Die groepen of stammen hebben allemaal hun eigen taal en gewoontes. Vroeger woonden in Noord-Amerika sommige indianenstammen in tenten (tipi's). Zij trokken rond over de vlaktes. Maar anderen woonden in huizen of zelfs grotten en bleven op dezelfde plek. En er waren ook stammen die aan de kust woonden, zij waren vissers. Tegenwoordig wonen de meeste indianen in gewone huizen.

Noord-Amerika

Toen de Europeanen naar Noord-Amerika kwamen, leefden ze in het begin vredig samen met de indianen. Maar later gingen de Europeanen de indianen verdrijven van hun land. Ook brachten ze ziektes mee uit Europa waar de indianen niet tegen konden. Voor veel indianen waren de bizons (een soort heel grote koeien) belangrijk om te kunnen leven. Zij aten het vlees en maakten bijvoorbeeld kleding van de huid. Maar de Europeanen joegen zo veel op de bizons, dat er bijna geen dieren voor de indianen overbleven. Aan het einde van de negentiende eeuw waren er nog maar heel weinig indianen over. De indianen die er nog wel waren, moesten wonen in aparte gebieden, in reservaten. Ze mochten daar niet meer op hun eigen manier leven. Gelukkig mocht dat later wel weer en ook nu zijn er nog indianen die hun eigen taal spreken en volgens hun eigen gewoontes leven.

Zuid-Amerika

In de oerwouden van Zuid-Amerika wonen nog steeds indianenstammen die net zo leven als een paar honderd jaar geleden. Ze wonen in hutten van takken en bladeren, ze jagen met pijl en boog, ze dragen geen kleren en hebben geen elektriciteit en stromend water.