IJstijd

Werkstukken en spreekbeurten

Ben jij een koukleum? Tienduizenden jaren geleden was het pas echt koud. Zó koud dat je van hier naar de Noordpool zou kunnen schaatsen!

IJstijd ijskoud

Tijdens een ijstijd sneeuwde het heel veel. De sneeuw bevroor op de grond en vormde zo een steeds dikkere laag. Die laag breidde zich vanaf de Noordpool uit over Scandinavi√ę (het noorden van Europa) en daarna ook over een deel van Nederland. Je kunt je voorstellen dat het heel koud was tijdens een ijstijd. Niet alleen in de winter, maar ook in de zomer. In de winter kon het wel 50 graden vriezen, brrr! De natuur was daardoor heel droog en dor. Er groeiden weinig planten.

Dieren in de ijstijd

In Europa zijn vijf ijstijden geweest in de afgelopen 2,5 miljoen jaar. Tijdens de laatste ijstijden leefden er mensen. Je noemt hen neanderthalers. Ze leken wel op ons, maar hadden meer haar op hun lichaam. Dat moest ook wel tegen de kou! Ook waren ze iets kleiner dan wij en hadden ze een grotere neus. Neanderthalers waren jagers. Ze aten vooral vlees. Ze gebruikten speren als wapens. Ze jaagden op bijzondere dieren die in de ijstijd leefden. Bijvoorbeeld op de mammoet. Die leek op een olifant, maar was heel harig en hij had nog grotere slagtanden. Of op de sabeltandtijger. Zijn hoektanden waren zo lang als een potlood. Beide diersoorten bestaan niet meer, ze zijn uitgestorven.