Reptielen

Werkstukken en spreekbeurten

Reptielen zijn koudbloedige dieren. Hebben ze het dan altijd koud?

Brrr ... koudbloedig

Er zijn een heleboel soorten reptielen. Slangen, krokodillen, schildpadden en hagedissen zijn een paar bekende voorbeelden. Heb je weleens een slang aangeraakt, bijvoorbeeld in de dierentuin? Hij voelt koud aan. Reptielen zijn koudbloedige dieren. Dat betekent dat ze moeten zonnebaden als ze het koud hebben. En dat ze een koele plaats moeten zoeken als ze het warm hebben. Hun lichaam zorgt niet zelf voor de goede temperatuur. In dierentuinen zie je dat reptielen in een glazen bak met een warme lamp wonen. Onder die lamp kunnen ze zich lekker opwarmen. Zo´n bak heet een terrarium.

Gevaarlijk

Er zijn best veel gevaarlijke reptielen. Veel reptielen zijn vleeseters. Grote reptielen zoals de krokodil zijn daarom ook gevaarlijk voor mensen. De kaken van een krokodil zijn oersterk. Ze kunnen grote prooien doden. Een prooi is bijvoorbeeld een zebra die ze opeten. Er zijn ook veel giftige reptielen, zoals gifslangen. Zij verlammen of doden hun prooi met gif. En wat dacht je van dinosaurussen? Die leven nu niet meer, maar zouden met hun grote klauwen en bek vol scherpe tanden ook erg gevaarlijk zijn geweest voor ons!