Olifanten

Werkstukken en spreekbeurten

Heb jij weleens een olifant gezien, in de dierentuin of in een ver land? Wat valt je als eerste op aan een olifant?

Slurf

Wat het eerste opvalt bij een olifant is zijn lange slurf. Wist je dat de slurf is ontstaan uit de neus en de bovenlip? Een slurf bestaat uit heel veel spiertjes. Daarom kan de olifant hem makkelijk bewegen. De slurf is ook heel sterk. De olifant kan er heel grote dingen mee optillen, zoals een boomstam. Ook kan hij heel kleine dingen optillen, zoals een muntje. Een olifant kan nog veel meer met zijn slurf. Iedereen kent wel het geluid van het getrompetter van de olifant. Dat doet hij met zijn slurf. Ook kan hij er voedsel mee pakken en in zijn mond stoppen. Ook kan hij zijn slurf als een douche gebruiken. Hij zuigt er dan water mee op en sproeit dat over zichzelf heen. Zo kan hij stof van zijn huid wassen. Ook kan hij er andere dieren mee aaien, maar ook slaan.

Soorten olifanten

Er zijn twee soorten olifanten:

  1. de Afrikaanse olifant
  2. de Aziatische olifant

Afrikaanse olifanten worden het grootst. Een Afrikaanse olifant kan wel 4 meter hoog worden en is het grootste landdier ter wereld. Een Aziatische olifant kan 3,5 meter hoog worden. Een Afrikaanse olifant herken je ook aan zijn oren. Die zijn groter dan bij de Aziatische olifant.

Slagtanden

De meeste olifanten hebben slagtanden. Vaak worden ze doodgemaakt voor deze slagtanden. De slagtanden zijn van ivoor. Van het ivoor worden bijvoorbeeld beeldjes en armbanden gemaakt. Het is verboden om de olifanten dood te maken voor de slagtanden, maar toch gebeurt het nog vaak.