Krokodillen

Werkstukken en spreekbeurten

Krokodillen zijn echte vleeseters. Ze trekken hun prooi zo het water in! Hoe ze dat doen, lees je hier.

Schubben

Krokodillen hebben een lang lijf en een lange staart. Hun huid heeft stevige schubben van hoorn en been. Hun korte gespierde poten steken aan de zijkanten uit. Ze hebben een grote kop met heel sterke kaken. Als die kaken iets vasthebben, laten ze niet los.

Sterke kaken

De kaakspieren van de krokodil om de bek dicht te klappen, zijn oersterk. De spieren die de bek openen, zijn veel zwakker. De bek blijft dicht met een goedgeknoopt touw eromheen.

Waterdieren

Krokodillen liggen meestal in het water. 's Morgens liggen ze op de oever om op te warmen. 's Avonds liggen ze daar ook om af te koelen. In het water liggen ze heel stil te wachten. Hun ogen en neusgaten liggen boven water. Zo kunnen ze zien, ademhalen en ruiken. Zelf zijn ze niet goed zichtbaar. Ze liggen immers grotendeels onder water. Andere dieren komen drinken bij de waterkant. Als eentje dichtbij is, hapt de krokodil bliksemsnel toe. Hij sleurt het dier onder water en eet hem daar op.

Eieren

Krokodillen leggen eieren onder het warme zand. De moederkrokodil past daar goed op. Als de eieren uitkomen, piepen de krokodilletjes hard. De moederkrokodil pakt de krokodilletjes in haar bek. Ze draagt de jongen voorzichtig naar het water. Ze bewaakt haar kinderen tot ze zelfstandig zijn.