Kikkers

Werkstukken en spreekbeurten

Een kikker leeft in het water, maar ook op het land. Weet jij hoe je zulke dieren noemt?

Water en land

In de zomer hoor je ze vaak luid kwaken: de kikkers. Ze zitten dan aan de rand van een sloot of vijver, lekker in het water. Maar je ziet kikkers ook weleens door de tuin springen. Kikkers kunnen in het water leven, maar ook op het land. Het zijn amfibieën. Zo noem je dieren die water en land allebei nodig hebben om te kunnen leven.

Van vis tot kikker

Volwassen kikkers hebben grote, sterke achterpoten. Daarmee kunnen ze goed springen. Maar een kikker begint zijn leven als een eitje. De moederkikker legt klonten met eitjes in het water. Na een tijdje komen er kleine visjes uit die eitjes. Dat zijn kikkervisjes. Kikkervisjes leven in het water, net als gewone vissen. Ze hebben kieuwen om adem te halen, ook net als gewone vissen. Heel langzaam verandert het kikkervisje in een kikker: hij krijgt voorpoten en achterpoten, zijn bek wordt groter, de staart verdwijnt en hij krijgt longen om boven water adem te halen. Vanaf nu kan hij ook op het land leven. Maar hij kan ook nog steeds goed onder water leven, dan haalt hij adem door zijn dunne huid.

Roltong

Kikkers leven van kleine insecten. Die vangen ze met hun lange roltong. Als er een vlieg in de buurt komt, schiet die tong opeens naar buiten. De vlieg blijft er dan aan vastplakken.

Winterslaap

In de winter hoor je de kikkers niet, dan houden ze een winterslaap. Ze graven zich in de bodem of in de modder van de vijver in. Als het in het voorjaar warmer wordt, komen ze weer tevoorschijn.