Insecten

Werkstukken en spreekbeurten

Bij insecten denk je aan kriebelbeestjes. Durf jij ze van dichtbij te bekijken en de pootjes te tellen? Elk insect heeft er evenveel.

Zes poten

Er zijn heel veel soorten insecten. Bekende insecten zijn bijvoorbeeld muggen, vlinders, bijen, mieren, kevers, torren en kakkerlakken. Ze zien er allemaal anders uit, maar toch hebben alle insecten een paar dingen hetzelfde. Elk insect heeft een lijfje van drie delen: een kop, een borststuk en een achterlijf. En elk insect heeft zes poten. Beestjes zoals spinnen, mijten en teken hebben acht poten. Daarom horen ze niet bij de insecten. Zij vallen onder de groep spinachtigen.

Eitje, larve, pop, insect

De meeste insecten leggen eitjes. Uit een eitje komt een larve. Als de larve volwassen is, maakt hij een omhulsel. Dat heet een cocon. In de cocon verandert de larve in een pop. Een pop heeft nog geen poten, ogen of vleugels. De meeste poppen bewegen zich niet en eten ook niet. De pop verandert in een volwassen insect. De verandering van larve tot pop en van pop tot insect heet gedaanteverwisseling of metamorfose. Dat betekent dat je er heel anders uit gaat zien. Het duidelijkste voorbeeld is een rups die verandert in een prachtige vlinder.