Bomen

Werkstukken en spreekbeurten

Je hebt vast weleens gehoord van loofbomen en naaldbomen. Ken jij het verschil?

Een heel grote plant

Bomen zijn planten. Ze hebben een lange houten stam, de stengel. In de grond zitten de wortels. Die halen water uit de grond. Boven aan de stam zijn de takken met bladeren en bloemen. In Nederland groeien loofbomen en naaldbomen. Loofbomen hebben platte bladeren in allerlei vormen. In de herfst verkleuren hun bladeren en vallen deze eraf. In de winter rust de loofboom en groeit hij niet. In de lente groeien er weer bladeren en bloemen uit. Naaldbomen kunnen veel beter tegen kou dan loofbomen. Ze hebben heel dunne, harde bladeren: de naalden. Die blijven in de winter aan de boom zitten.

Bomen zijn heel belangrijk

De bladeren en naalden zijn de voedselfabriekjes van de boom. Van zonlicht, lucht en water maakt de boom zijn voedsel. Daarbij komt zuurstof vrij. Die geeft de boom terug aan de lucht. Zo zorgen bomen ervoor dat wij genoeg kunnen ademhalen. Bomen houden met hun wortels de grond goed vast. Daardoor spoelt de aarde niet weg als het regent. Mensen kunnen daardoor hun voedsel laten groeien in de aarde. Er leven planten en dieren in en op de bomen. Bijvoorbeeld paddenstoelen, mos, insecten, vogels en eekhoorns. De boombladeren, vruchten en zaden zijn hun eten. Mensen gebruiken het hout om van alles te maken. Bijvoorbeeld vuur, huizen, meubels, schuttingen, papier en speelgoed.