Astma

Werkstukken en spreekbeurten

Als je astma hebt, dan krijg je een inhalator. Best een gek idee om medicijnen in te ademen met een apparaatje, vind je ook niet?

Moeilijk ademen

Ademhalen doen we altijd. Je ademt in, je ademt uit, in, uit, enzovoort. Dat gaat vanzelf. Je denkt er niet eens bij na. Maar stel je voor dat je neus dichtzit. Je mag alleen nog door een rietje in je mond ademen. Je krijgt dan nog maar weinig lucht in je longen. Je hart gaat bonken en je wordt bang dat je stikt. Alles wat je doet wordt moeilijk: praten, lopen, eten, slapen. Je wordt er heel moe van. Dit gebeurt er als je astma hebt. Je lichaam kan niet tegen bepaalde onzichtbare, kleine deeltjes in de lucht. Bijvoorbeeld schilfertjes van dieren, stuifmeel of stof. Je hebt dan een allergie. Dat betekent dat je te gevoelig voor sommige dingen bent. Je lichaam kan daar dan niet tegen. Maar van astma kun je ook last hebben bij koude lucht, mist of tijdens het sporten. Deze soort astma komt niet door een allergie.

Wat te doen met astma?

Als je denkt dat je astma hebt, ga je naar de huisarts. Die luistert naar je longen met een apparaat. En die vraagt je allerlei dingen. Met een klein beetje van je bloed zoekt de huisarts uit waar jij niet tegen kunt. Dat is bij iedereen anders. Als je weet waar je astma van krijgt, dan kun je daar zo veel mogelijk bij uit de buurt blijven. Zorg dat die dingen niet in je huis, je slaapkamer en je klas zijn. Bijvoorbeeld stof, rook, haren of veren van dieren. Er zijn medicijnen om je luchtwegen wijder te maken. Dan kun je makkelijker ademen. Sommige medicijnen kun je inademen met een inhalator. Zo komen ze rechtstreeks in je longen terecht. Er zijn ook medicijnen die je luchtwegen beschermen tegen allergische stoffen. Die medicijnen moet je altijd blijven innemen, elke dag.