Wind

Werkstukken en spreekbeurten

Ben jij weleens bijna omgewaaid toen je een strandwandeling maakte? Waarom waait het aan zee vaak hard?

Hoe ontstaat wind?

Om de aarde zit een laag met lucht. De aarde trekt die luchtlaag aan door de zwaartekracht. Mensen, dieren en planten hebben die lucht nodig om te leven. Op sommige plaatsen is veel lucht en op andere plaatsen weinig. Door de warmte van de zon beweegt de lucht. Warme lucht gaat omhoog. Op die plaats is er dan minder lucht. Dat heet lage luchtdruk. In de hoogte is het koud. Dus daar koelt de warme lucht af. Koude lucht is zwaarder en zakt omlaag. Op die plek is dan veel lucht. Dat heet hoge luchtdruk. De lucht gaat altijd van hoge luchtdruk naar lage luchtdruk. Zo ontstaat wind. Doordat de aarde draait, waait de wind niet alleen maar rechtdoor. Als er op een plaats heel weinig lucht is, gaat het heel hard waaien.

De kracht van wind

Als het waait, kun je een vlieger oplaten. De wieken van een molen gaan draaien. Een luchtballon kan op reis gaan. Een zeilboot en een surfplank kunnen varen. Een vlag kan wapperen. Je kunt zelf een beetje wind maken door te blazen. Of je wappert met een waaier. Heel harde wind heet storm. In Nederland zijn de meeste stormen in de herfst. Je moet je paraplu dan goed vasthouden! Storm blaast soms dakpannen of schoorstenen van daken. Soms waait het niet aan één stuk door hard, maar met vlagen. Deze harde windvlagen noem je windstoten. Windstoten kunnen gevaarlijk zijn voor het verkeer. Harde wind kan op het water voor heel hoge golven zorgen. Dat is gevaarlijk voor schepen. Omdat er aan zee geen bossen en niet veel gebouwen zijn die de wind afremmen, voel je op het strand vaak een harde wind. Een enorm harde storm heet een orkaan. Mensen, vrachtwagens of zelfs hele huizen kunnen dan omwaaien. Een orkaan komt in Nederland bijna nooit voor en dat is maar goed ook.