Tsunami

Werkstukken en spreekbeurten

Wist je dat zeegolven soms heel groot en hoog kunnen worden? Dat noem je een tsunami. De golven gaan dan bijna net zo snel als een vliegtuig. Ze komen dus met een harde klap aan land en spoelen over alles heen. Zelfs huizen en grote gebouwen staan na een tsunami helemaal onder water.

Zeebeving

Hoe krijg je een tsunami? Een hoge zeegolf komt er niet zomaar. Daarvoor moeten we een paar stapjes terug. De korst van de aarde bestaat uit platen, die langzaam bewegen. Soms duwen de platen tegen elkaar aan. De grond gaat dan trillen en schudden. Dat noem je een aardbeving. Op de bodem van de zee kan ook een aardbeving ontstaan. Dat heet een zeebeving. Dan gaat het water ook bewegen en kunnen grote golven alle kanten oprollen.

Een tsunami voorspellen

Met een speciaal apparaat (seismograaf) kun je de trillingen in de aarde meten. Met sirenes wordt iedereen aan zee gewaarschuwd voor een zeebeving en een tsunami. Soms is een zeebeving niet zo zwaar. We voelen er dan niets van. De kracht van een aardbeving of zeebeving wordt gemeten op de schaal van Richter. Aan het cijfer 1 tot en met 10 kun je zien hoe krachtig de beving is. Alles boven de 8 op de schaal van Richter is een zware beving.