Bossen

Werkstukken en spreekbeurten

Vind je het ook zo leuk om in het bos te wandelen? Welke bomen, planten en dieren kom je er allemaal tegen?

Soorten bossen

Er zijn verschillende soorten bossen. Als er loofbomen groeien, heet het een loofbos. Loofbomen zijn bomen met bladeren. Bijvoorbeeld een beuk, eik of kastanjeboom. In een naaldbos groeien naaldbomen. Dat zijn bomen met naalden. Je haalt er met de kerst eentje in huis! Dan hebben we het natuurlijk over een spar of een den. Een bos waar loofbomen én naaldbomen groeien, heet een gemengd bos. In hele warme gebieden komen tropische bossen voor. Daar groeien ook loofbomen. In koude gebieden kom je vooral naaldbossen tegen. Naaldbomen kunnen goed tegen kou.

Dieren in het bos

In het bos wonen heel veel dieren. Grote dieren, maar ook hele kleine. Misschien heb je weleens een eekhoorn gezien of zelfs een hert, vos of wild zwijn. Er wonen ook uilen, spechten, fazanten en veel andere soorten vogels in het bos. En muizen en konijnen. En wat dacht je van mieren, spinnen, torren en andere insecten?

De boswachter

Een boswachter let goed op de bomen, planten en dieren in het bos. Dieren kunnen ziek worden, maar bomen ook. De boswachter regelt dan dat een zieke boom gekapt wordt, zodat de andere bomen niet ook ziek worden. Ook zorgt een boswachter ervoor dat de dieren rustig en goed kunnen leven in het bos. Als wandelaars veel lawaai maken of troep achterlaten in de natuur, zegt de boswachter daar iets van. Je zou dus kunnen zeggen dat hij de baas van het bos is.